Taalstoornissen kunnen een geïsoleerd probleem zijn (taalontwikkelingsstoornissen, dysfasie) of kunnen kaderen in een bredere problematiek (gehoorstoornissen, autisme, …). Kinderen met taalstoornissen hebben opvallende moeilijkheden met ‘taal’. Met ‘taal’ bedoelen we hier woordenschat, zinsbouw, … . De meeste kinderen met taalstoornissen beginnen opvallend later te praten dan andere kinderen en hun taalontwikkeling verloopt niet vloeiend. Een belangrijke factor in het zoeken naar de oorzaak van de taalstoornis is het gehoor. Horen is onlosmakelijk verbonden met taal. We leren taal immers door dit te horen.

Taalproblemen komen ook vaak voor in het kader van een meertalige opvoeding. Een meertalige taalontwikkeling verloopt bijna altijd trager dan een eentalige opvoeding. Belangrijk hierbij is af te toetsen of het taalontwikkelingsniveau van een kind past binnen de meertalige opvoeding of niet.

Kinderen met een mentale beperking hebben eveneens taalproblemen. Zij hebben vaak extra ondersteuning nodig van gebaren (SMOG = Spreken met Ondersteuning van Gebaren).

De therapie bij kinderen met taalstoornissen is afhankelijk van de specifieke problematiek. Er wordt gewerkt op dat aspect waar het kind het meeste moeilijkheden heeft (woordenschat, zinsbouw, morfologie). De opbouw van een taaltherapie gebeurt naar analogie met de normale taalontwikkeling.